Van Leeuwen: "Vrouwenvoetbal ontwikkelt zich op eigen manier"

Marianne van Leeuwen met de Super Cup
Marianne van Leeuwen met de Super Cup Foto: © MTB-Photo

Marianne van Leeuwen ziet dat het vrouwenvoetbal zich in hoog tempo blijft ontwikkelen. De directeur betaald voetbal van de KNVB benadrukt in gesprek met LINDA. dat het vrouwenvoetbal zich in een andere fase bevindt dan het mannenvoetbal en daarom niet altijd langs dezelfde meetlat gelegd moet worden.

Van Leeuwen is binnen de KNVB onder meer verantwoordelijk voor de betaaldvoetbalcompetities bij de mannen en vrouwen. Vanuit die functie ziet ze van dichtbij hoe groot de verschillen in ontwikkeling nog zijn. "De twee bevinden zich in een andere fase van ontwikkeling. Het betaald mannenvoetbal bestaat al bijna 75 jaar, terwijl het vrouwenvoetbal veel jonger is en nog volop groeit. Daarom moet je die twee niet altijd één op één met elkaar vergelijken."

Volgens Van Leeuwen kan het vrouwenvoetbal wel degelijk lessen trekken uit de ontwikkeling die de mannensport eerder heeft doorgemaakt. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor een eigen koers. "Je kunt veel leren van het mannenvoetbal, maar het vrouwenvoetbal ontwikkelt zich ook op zijn eigen manier. Wat vooral opvalt, is hoeveel groei er de afgelopen jaren is geweest. De zichtbaarheid, aandacht en investeringen in het vrouwenvoetbal zijn enorm toegenomen, en die ontwikkeling zet zich nog steeds voort."

Die verdere groei is ook een belangrijk onderdeel van de plannen van de KNVB voor de komende jaren. De voetbalbond wil blijven investeren in het meiden- en vrouwenvoetbal, zodat de sport zich op verschillende niveaus verder kan ontwikkelen.

Van Leeuwen kwam zelf pas later in haar loopbaan in de voetbalwereld terecht. Na jarenlang werkzaam te zijn geweest bij Reed Elsevier raakte ze via haar voetballende zoons steeds meer betrokken bij de sport. Uiteindelijk werd ze voorzitter van hun voetbalclub en ontdekte ze hoeveel impact voetbal heeft.

"Dat kwam door mijn zoons. Toen ik afscheid had genomen van Reed Elsevier, wilde ik meer tijd met hen doorbrengen. Zij voetbalden allebei en daardoor kwam ik steeds vaker bij hun club. Ik ging mee naar trainingen en wedstrijden en raakte steeds meer betrokken. Op een gegeven moment zocht de club een voorzitter en heb ik mijn vinger opgestoken. Zeven jaar lang ben ik daar als vrijwilliger voorzitter geweest. Zo ontdekte ik hoe leuk ik voetbal vond en hoeveel impact het heeft op mensen."

Lees meer:
0 reacties