Nieuw onderzoek naar impact van koppen in het vrouwenvoetbal

Renate Jansen kopt een bal
Renate Jansen kopt een bal Foto: © BSR Agency

Voetballers hebben na het koppen van een bal stoffen in het bloed die kunnen wijzen op acute hersenschade. Dit blijkt uit een recent onderzoek van het Amsterdam UMC en de KNVB. Hoewel het onderzoek tot nu toe gericht was op mannen, start er nu ook een belangrijk specifiek onderzoek naar de impact van koppen in het vrouwenvoetbal.

Voor het onderzoek werden 302 amateurvoetballers nauwkeurig gevolgd. Spelers die tijdens een wedstrijd hadden gekopt, bleken direct na afloop aanzienlijk meer zogenoemde 'biomarkers' in hun bloed te hebben; stoffen die duiden op mogelijke schade aan de hersencellen. Hoe vaker en harder er gekopt werd, hoe hoger de concentratie van deze stoffen. Pas na 24 tot 48 uur zakte dit bloedwaarde-niveau weer naar de normale norm.

Volgens hoofdonderzoeker en neuroloog Jort Vijverberg is hiermee het gevaar op de lange termijn nog niet geweken als de stoffen eenmaal uit het bloed zijn verdwenen. "Deze acute effecten kunnen, als ze vaak voorkomen, op langere termijn tot schade leiden", waarschuwt hij. De Gezondheidsraad concludeerde al eerder dat profvoetballers een verhoogd risico lopen op dementie en chronisch hersenletsel door herhaalde klappen tegen het hoofd.

Hoewel de KNVB de richtlijnen voor de jeugd al heeft aangescherpt met onder andere lichtere ballen, is er nu specifiek aandacht voor de vrouwelijke tak van de sport. Tot op heden was de data namelijk uitsluitend gebaseerd op mannelijke proefpersonen.

Er wordt daarom snel een nieuw onderzoek gestart dat zich volledig richt op de gevolgen van kopbelasting bij voetbalsters. De voetbalbond onderstreept de noodzaak hiervan: "Tot nu toe is onderzoek naar kopbelasting uitgevoerd bij mannen, terwijl we weten dat het vrouwenbrein op bepaalde vlakken anders functioneert."

Lees meer:
0 reacties