Hoogendijk blikt terug: "We kregen dertig euro per punt bij Oranje"

Anouk Hoogendijk nam in 2017 afscheid van het profvoetbal. Het jaar daarvoor besloot ze om er toch nog een seizoen aan vast te plakken, waardoor ze zich kon voorbereiden op haar afscheid en leven na het voetbal.

"Toen ik besloot dat ik nog een jaar doorging, wist ik het hele jaar: Dit is mijn laatste jaar, wat er ook gebeurt. Ik kon me daar op instellen", vertelt Hoogendijk in de podcast Inspiratie uit het zwarte gat. "Toen dacht ik: Maar als ik stop, wat dan? Dan heb ik niks. Dat was ook de reden dat ik het jaar daarvoor niet stopte. Wat moet ik dan nu doen? Ik heb ook nog niks."

De voormalig verdedigster annex middenveldster kwam vervolgens in actie. "Toen ben ik allemaal lijntjes gaan uitzetten. Ik ben naar een loopbaancoach gegaan. We hebben gekeken naar wat mijn interesses zijn, kwaliteiten, wat mijn droombanen zouden zijn. Ik ben gewoon met mensen gaan praten, informeren. Ik had echt het gevoel dat ik een enorme inhaalslag in het leven moest maken."

Topsporters kunnen van enorme meerwaarde zijn in een organisatie, maar zo heeft Hoogendijk dat niet gevoeld. "In de eerste jaren in de Eredivisie verdiende ik niks. Ik woonde heel lang thuis. Bij het Nederlands elftal kregen wij dertig euro per punt dat we wonnen. Bij de club, waar ik zes dagen per week moest zijn, kreeg ik reiskosten. Ik moest daarnaast nog proberen te werken."

"Het werk dat ik had, daar was ik heel vaak niet, omdat ik dan met het Nederlands team op pad was, twee keer per maand een week. Ik werkte op basisscholen, ik was sportdocent. Dat vonden ze in het begin heel cool, maar de tweede keer dat je weg bent, is het van: Moet je nou alweer weg?", weet ze nog. "Je voelde altijd dat je een last was. Het voelde voor mij nooit als meerwaarde dat ik een topsporter was. Ik was blij als ik ergens mocht werken of voor een schrijntje een clinic mocht geven. Dat maakte het allemaal net weer wat makkelijker om te leven."

Lees meer:
0 reacties