Interview | Molenaar: “Ik hoop op een andere mooie klus”

Foto: Nienke van der Tak

Marleen Molenaar is vertrokken als manager vrouwenvoetbal bij Ajax. Hoewel ze verrast was over de beslissing van de club, wil ze niet in wrok omkijken.

Molenaar was sinds 2012 in dienst bij Ajax en in Amsterdam verantwoordelijk voor het opzetten van de vrouwenvoetbaltak. De club won afgelopen seizoen de dubbel en plaatste zich daarmee voor het eerst voor de Champions League.

Ondanks de successen moet Molenaar plaatsmaken voor een ander. “Aan de ene kant is het jammer dat het ophoudt na alles wat er is opgebouwd. Het is juist een mooi moment om door te pakken. Aan de andere kant laat ik een professionele en goede organisatie achter”, zegt Molenaar.

Frisse wind

Ajax laat weten “het tijd te vinden voor een frisse wind en een nieuw gezicht” en is Molenaar dankbaar voor haar bewezen diensten. “Dankzij haar inzet heeft het vrouwenvoetbal een prominente rol gekregen binnen de organisatie”, meldt Ajax-directeur Marc Overmars.

Molenaar kreeg afgelopen seizoen al de mededeling dat de Ajax-directie een andere invulling wilde. “Het lag niet aan mijn functioneren. Om geen onrust te veroorzaken, heb ik alles voor me kunnen houden. We waren immers met de Ajax-vrouwen in de race om de landstitel”, legt Molenaar uit.

“Het bleef echter stil aan het einde van het seizoen en dat zorgde wel voor onzekerheid. Ik wilde graag duidelijkheid. Voor mij is minder fijn dat we nu uiteindelijk al midden in het seizoen zitten.”

Afscheid

Molenaar heeft inmiddels afscheid genomen bij Ajax. “Het was stil in de kleedkamer, niemand had het verwacht. Ik ben blij dat ik het tot gisteren geheim heb kunnen houden. Ajax heeft nu eenmaal bepaalde ideeën over de toekomst, waarin ik niet pas. Dat kan natuurlijk. Het is zoals het is.”

“Ik ben Ajax natuurlijk dankbaar voor alles wat ik bij de club mogelijk heb kunnen maken. Ik hoop op een andere mooie klus. Wat dat moet worden? Mogelijk iets waarin ik mijn expertise op welke manier dan ook kan inbrengen. Momenteel speelt er vanzelfsprekend nog niets.”

Tekst: NOS